Creatie van de O-antifonen van Michiel Verfaillie
11 januari 2026 – Amuz Antwerpen
Interview met de componist Michiel Verfaillie – redactie Koenraad De Meulder
O-antifonen worden omschreven als zeven antifonen die in de Rooms-Katholieke Kerk gezongen werden in de aanloop naar Kerstmis (van 17 tem 23 december elke avond een ander antifoon). De ‘O’ in het antifoon, komt van het feit dat in elk van deze korte Bijbelse tekstjes de aanroeping van de toekomstige Heer voorafgegaan wordt door het vocatief lidwoord ‘O’. Ze zijn de uitdrukking van het verlangen van de mens om z’n Verlosser geboren te zien worden.
1. De O–antifonen behoren tot de rijke christelijke traditie in West-Europa. Kunnen deze antifonen ook een bron van inspiratie vormen voor andere religies?
Antw: Ik ben natuurlijk geen religieus geleerde, maar voor zover ik begrijp is de geboorte vieren van een gekomen messias, strikt inhoudelijk, iets heel typisch aan het Christendom. De Islam erkent Jezus slechts als een profeet en in het Jodemdom wordt Jezus uiteraard (ook) niet erkend als de Verlosser. En dat zijn de basis monotheisthische godsdiensten. Voor de polytheistische godsdiensten zitten we nog veel verder in een andere wereld. Dat maakt de O-antifonen, die uiteindelijk rond de Advent draaien natuurlijk heel specifiek voor ons Christendom. Wat ruimer bekeken dan strikt inhoudelijk, kan een uitgesproken muzikale viering van z’n gekozen goddelijke denk ik andere godsdiensten inderdaad wel aansporen hetzelfde te doen, maar ze zullen dat dan natuurlijk steeds op hun eigen inhoudelijke als heel specifiek muzikale manier doen.
2. Sluiten de mystieke en symbolieke thema‘s aan bij de belevingswereld van jongeren? Kan je dit duiden met een concreet voorbeeld?
Antw: Voor deze vraag moet je een verschil maken tussen Vlaanderen/België en de rest van de wereld. Christendom is in veel delen van de wereld aan een terugkeer bezig. Jongen mensen zoeken daarbij terug actief naar een houvast en vinden die vaak in (een vorm van) christendom/geloof. Dit is dan niet in de vorm zoals wij die hier nog gekend hebben in Vlaanderen pakweg 60 jaar geleden, maar vaak een wat ontvankelijkere vorm, een vorm die begrepen heeft dat ze moet meegaan met haar tijd. In die zin sluiten de O-antifonen zeker aan bij de zoektocht van jonge mensen naar begeleiding en omkadering. Misschien niet in de wat extremere of letterlijke manier van zich uit te drukken zoals in de Antifonen, maar wel de achterliggende idee. ‘O Wijsheid, kom en leer ons de weg van voorzichtigheid’ vind ik hier een mooi voorbeeld van.
3. Waarom kies je heel bewust voor een grote a capella bezetting bij de hedendaagse invulling van je O-antifonen?
De initiële opdracht die aan de basis van dit werk ligt kreeg ik van het Mechels vocaal ensemble Chamber Choir Flanders voor de compositie van ‘O Adonai’. Ik ben
onmiddellijk gaan snuisteren in de andere antifonen en begreep dat ik er meer mee kon doen dan slechts 1 deel schrijven. Ik ontwikkelde een visie op het geheel: hoe zou de typische mens met al z’n menselijke trekjes die komst van de Verlosser beleven. Dit liet toe van met de beperkte tekst met bovendien een repetitief patroon, toch een blijvend boeiend geheel te maken en het verklaart meteen waarom bepaalde antifonen groots, andere heel gereserveerd, bewonderend, afdwingend of feestelijk klinken. Als je dergelijke grootsheid wil uitdrukken heb je wat mankracht nodig, vandaar de grotere bezetting. Je kan met een kamerkoor van 20 amateurzangers nooit datzelfde effect bekomen als de première hier met drie fantastische koren. A capella owv het haalbare aspect enerzijds, maar anderzijds omdat de intieme momenten nooit zó intiem kunnen zijn als puur a capella. Ik denk trouwens dat wat de hedendaagse invulling betreft, het dan vooral de visie is die erachter zit die het hedendaags maakt, omdat ik qua muzikaliteit bewust weggebleven ben van te moderne dingen, die volgens mij afbreuk doen aan de inhoudelijke boodschap. Ik heb graag dat je uit de muziek begrijpt wat er inhoudelijk tekstueel gezongen wordt. Voor sommige nummers vond ik het juist een uitdaging van in die heel oude traditie te blijven: een stukje Gregoriaans, een kleine fuga…Ik vond dat goed passen bij de traditie die achter de inhoud van de antifonen zit.
4. Zie je de hedendaagse invulling van je O-antfonen als een bijdrage tot de koorcultuur of als een nieuwe aanvulling van de christelijke liturgie?
Het is concertwerk. Net zoals eind 18de en inde 19de eeuw de mis ook omgevormd is geweest tot concertwerk, zijn deze antifonen owv hun grootsheid toch mee toch meer een bijdrage aan de koorcultuur. Ik denk dat het vreemd zou zijn deze werken op aparte manier in een mis te integreren.
5. Op het programma van het creatieconcert staat ook het Agnus Dei van Samuel Barber. Hoe zijn je O-antifonen te verbinden met dat Agnus Dei van Samuel Barber. Welke zijn de raakvlakken tussen beide composities?
Agnus dei van Barber is natuurlijk oorspronkelijk een adagio voor strijkers en dus helemaal geen vocaal werk. Als zanger merk je dat wanneer je het zingt. Mede populair geworden bij het grote publiek omdat het in de film Platoon in z’n volle dramatiek gebruikt werd. Het is voor mij een voorbeeld van hoe de vocale wereld graag betrokken wordt bij de instrumentale (en omgekeerd natuurlijk) en waarbij m’n een vrij te gebruiken tekst genomen heeft om die op de muziek te zetten zodat het ook gezongen kon worden. Ik zie behoudens het bereiken van een climax in antifoon 7 dan eigenlijk ook geen gelijkenissen met het instrumentaal gedachte werk van Barber.
Creatie van de O-antifonen van Michiel Verfaillie
11 januari 2026 – 11:00 u. – Amuz Antwerpen



