Vlaams Radiokoor o.l.v. Bart Van Reyn

Vlaams Radiokoor o.l.v. Bart Van Reyn

15 januari 2023
15:00 - 16:15


Onze-Lieve-Vrouw van Fatimakerk, Genk

Kaart wordt geladen...

Vlaams Radiokoor o.l.v. Bart Van Reyn

 

Programmatitel:Punctus contra Punctum’.
In deze productie brengt het Vlaams Radiokoor samen met Julien Libeer een programma rond contrapunt van Bach tot vandaag. Een programma waarin het contrapuntisch meesterschap van Johann Sebastian Bach centraal staat: met muziek van Bach zelf, waaronder Preludes en Fuga’s uit Das wohltemperierte Klavier, en muziek geïnspireerd door Bach. De tintelende eenvoud van de piano, in vaardige handen van Julien Libeer, contrasteert met het rijke klankenweefsel van de vocale werken. Of hoe een rationele techniek zo diep kan ontroeren.

Het oeroude contrapunt had en heeft een enorm bepalende impact op de identiteit, persoonlijkheid en expressie van de Westerse muziek. Ze maakte klassieke muziek rijker en gelaagder, en bloeide helemaal open dankzij het virtuose vakmanschap van Johann Sebastian Bach.

Fuga, canon, imitatie: geen enkele techniek van contrapunt was hem vreemd. De rimpelingen die zijn werk in de muziek veroorzaakten, deinen uit over de eeuwen heen en beïnvloeden zowat alle muziek die na hem geschreven werd – tot zelfs de jazz.

Een eerbetoon dus aan contrapunt: de kunst om met iets zo vluchtig als klank een hecht weefsel te creëren waarin melodie en harmonie haast tastbaar verdichten, is vandaag nog steeds ‘alive and kicking’ – met dank aan grootmeester Johann Sebastian Bach.

Piano: Julien Libeer

Dirigent: Bart Van Reyn

Voor ticketinfo, klik op volgende link

‘ticketinfo’

Programma

Johann Sebastian Bach-Prelude and Fugue in C Major, BWV 846
Johann Sebastian Bach-Komm, Jesu, Komm, BWV 229: Komm, Jesu, Komm
Johann Sebastian Bach-Komm, Jesu, Komm, BWV 229: Drum Schliess Ich Mich In Deine Hände
Johann Sebastian Bach-Prelude and Fugue in B-Flat Minor, BWV 867: Prelude
Felix Mendelssohn-Mitten wir in Leben sind, Op. 23, No. 3
Johann Sebastian Bach-Prelude and Fugue in A Minor, BWV 865
Johannes Brahms-Zwei Motetten, Op. 74: I. Warum ist das Licht gegeben
Johann Sebastian Bach-Prelude and Fugue in C-Sharp Minor, BWV 849
Knut Nystedt-Immortal Bach over het koraal “Komm,süsser…”
Johann Sebastian Bach-Prelude and Fugue in D Major, BWV 850
Sven David Sandström-Fürchte dich nicht
Muzikanten Vlaams Radiokoor
Sopranen
Sarah Van Mol
Karen Lemaire
Kristien Nijs
Sarah Abrams
Charlotte Schoeters
Evi Roelants

Alten
Helena Bohuszewicz
Estelle Lefort
Eva Goudie-Falckenbach
Lieve Mertens
Noëlle Schepens
Helen Cassano

Tenoren
Ivan Goossens
Paul Schils
Paul Foubert
Gunter Claessens
Roel Willems
Michiel Haspeslagh

Bassen
Jan Van der Crabben
Thomas Vandenabeele
François Heraud
Andrés Soler Castaño
Conor Biggs
Jean Manuel Candenot

Toelichting aangeleverd door Vlaams Radiokoor

Het lijkt bijna ondenkbaar, maar na het overlijden van barokcomponist Johann Sebastian Bach (1685-1750) raakten zijn werken bijna een eeuw lang in de vergetelheid. Zijn muziek werd weggezet als ouderwets, te wiskundig en complex. Tot Felix Mendelssohn (1809-1847) het manuscript van Bachs Mattheuspassie in handen kreeg en zo begeesterd was dat hij het in 1829 weer live tot klinken bracht. Mendelssohn zette zo een heuse Bach-revival in gang, die zich in Duitsland en later in heel Europa zou verspreiden. Vandaag wordt Bachs beheersing van het contrapunt al lang niet meer als puur cerebrale kunst gezien. Integendeel: zijn oeuvre behoort tot het summum van muzikale techniek en expressie, en inspireert nog steeds tal van componisten.

Bach en het contrapunt

Hoewel het begrip ‘contrapunt’ (afstammend van het Latijnse ‘punctus contra punctum’, vrij vertaald: ‘noot tegen noot)’ pas in de renaissance opdook, is het in wezen een eeuwenoude praktijk. Zo bestonden er in de middeleeuwen al erg strikte regels over het combineren van verschillende melodieën en de daaruit vloeiende samenklanken. Gaandeweg werden de spelregels verder verfijnd en kregen de onderlinge stemmen steeds meer bewegingsvrijheid. De periode tussen 1650 en 1750 wordt wel eens aangeduid als de ‘Gouden Eeuw van het contrapunt’, en dat is voornamelijk te danken aan Johann Sebastian Bach, die deze ambacht tot in het detail beheerste. Hij was namelijk niet alleen in staat om complexe meerstemmige muziek met mathematische precisie uit te werken, maar slaagde er ook in om het geheel expressief te laten klinken. Zijn laatste onvoltooide compositie Die Kunst der Fuge wordt gezien als de apotheose van dat meesterschap.

Ook in de preludes en fuga’s uit Das Wohltemperierte Klavier demonstreerde Bach zijn kunnen. Vermoedelijk was het werk door Bach opgezet als studiemateriaal voor klaviermuzikanten, zo duidt de titelpagina uit 1722: “Das Wohltemperierte Klavier, ofwel preludes en fuga’s op alle hele en halve tonen, zowel met de tertia major of Ut Re Mi als de tertia minor of Re Mi Fa. Ten nutte en gebruik van de leergierige muzikale jeugd alswel als tijdverdrijf voor hen die in deze studie reeds geoefend zijn.” Das Wohltemperierte Klavier bestaat uit twee bundels, daterend uit 1722 en 1740-42, waarin Bach de vierentwintig majeur- en mineurtoonsoorten op een systematische manier introduceert. Wat het werk extra revolutionair maakt, is dat Bach gebruik maakte van de ‘welgetempereerde’ stemming van het klavier: door de onzuiverheden tussen bepaalde intervallen over het octaaf te verdelen, waren deze toch nog aanvaardbaar voor het oor én kon Bach in alle vrijheid de karakteristieken van elke toonaard in de verf zetten.

In de preludes brengt Bach elke toonsoort op een vrije, improvisatorische of zelfs dansante manier aan, terwijl hij in de fuga’s op een ingenieuze manier speelt met de regels van het contrapunt door verschillende thema’s en tegenmelodieën met elkaar te combineren. Ook het specifieke esthetische en emotionele karakter van elke toonaard ontsnapt niet aan zijn aandacht. De Duitse musicoloog en Bach-kenner Christoph Wolff noemt Das Wohltemperierte Klavier dan ook een “compendium van technische, compositorische en esthetische principes”. De compositie groeide intussen uit tot een volwaardig kunstwerk dat op het repertoire van menig pianist prijkt.

Bach-revival

In 1825 kreeg de Duitse componist en dirigent Felix Mendelssohn een bijzonder cadeau van zijn grootmoeder: het manuscript van Bachs Mattheuspassie. Vier jaar later klonk de passie voor het eerst sinds Bachs overlijden weer live voor publiek. Maar Mendelssohns bewondering voor Bach gaat al verder terug: als twaalfjarige student had hij het Bach-contrapunt tot in de puntjes bestudeerd. Het kan dan ook niet anders dan dat de koralen, preludes en fuga’s een spoor nalieten in zijn eigen oeuvre, in het bijzonder in zijn werken voor koor. Ongeveer een jaar na de heropvoering van Bachs Mattheuspassie zette Mendelssohn koers naar Rome. Op 23 november schreef hij in een brief aan zijn zussen: “Het koraal Mitten wir im Leben sind is af, en waarschijnlijk is het een van mijn beste religieus geïnspireerde werken.” Waar Bach destijds een vierstemmige harmonisatie voor de Lutherse hymne voorzag, componeerde Mendelssohn een achtstemmige a capella compositie waarin homofone passages afwisselen met een contrapuntische schrijfstijl.

Ook Johannes Brahms (1833-1897) koesterde de nalatenschap van de vorige generaties componisten. Hij zag de noodzaak niet om nieuwe genres te ontwikkelen, maar koos ervoor de bestaande genres op te frissen en de moderne, romantische principes toe te passen op de vormen die al bestonden; een visie die hij demonstreerde in alle genres, van pianomuziek tot grootschalige orkest- en koorwerken. In zijn motetten is Bach zijn grote voorbeeld. Warum ist das Licht gegeben opus 74 nr 1 verwijst niet alleen vormelijk, maar ook door de contrapuntische schrijfwijze van de twee middelste strofen naar de grootmeester. Voor de tekst combineerde Brahms verzen uit het oudtestamentische boek Job, de Klaagzangen van Jeremia en het evangelie van Johannes, allemaal in een vertaling door Luther. Hij componeerde het werk tijdens de zomer van 1877 in Oostenrijk, hetzelfde jaar dat hij zijn Tweede Symfonie voltooide. De eerste strofe zet nog duister en zoekend in, maar gaat over in warme en vreugdevolle tonen. Aan het einde weerklinkt een eenvoudige zetting van de koraalmelodie Mit Fried und Freud fahr ich dahin, een knipoog naar Bach.

Immortal Bach

Aanvankelijk stond Sven-David Sandström (°1942) bekend om zijn modernistische en moeilijk uitvoerbare werken. Maar in de jaren ’80 evolueerde de Zweedse componist naar een minder complexe en meer emotionele stijl. Ook de invloed van oude meesters zoals Buxtehude en Bach werd steeds zichtbaarder in zijn werk: na enkele motetten volgens barok model, componeerde hij in 1994 zijn High Mass naar Bachs Hohe Messe. Minstens even bijzonder is zijn reeks van zes motetten die hij tussen 2003 en 2008 componeerde naar Bachs origineel, en telkens opdroeg aan een Scandinavische koordirigent. Zo schreef hij het motet Fürchte dich nicht speciaal voor het Vlaams Radiokoor onder leiding van Bo Holten. Als sterk gelovige componist is Sandström ervan overtuigd dat “muzikale vernieuwing een essentieel element vormt in het overleven van de Kerk”. In Laudamus te zet het koor zachtjes neuriënd in, en gaandeweg nemen zowel het volume als het tempo toe. De minimalistische aanpak versterkt het effect van een groep gelovigen die al biddend dichterbij lijkt te komen.

Ook in het vocale oeuvre van de Noorse componist Knut Nystedt (1915-2014) spelen bijbelse teksten en de tradities van de kerkmuziek een belangrijke rol. Zijn vroege repertoire bestaat voornamelijk uit quasi-romantische, nationalistische muziek. Maar na zijn studies bij Aaron Copland eind jaren ’40 ontwikkelde Nystedt een meer experimentele stijl en introduceerde hij nieuwe tonale mogelijkheden en klankkleuren, in het bijzonder in zijn vocale muziek. Die moderne stijl wist hij te rijmen met elementen uit de gregoriaanse en oude muziek, een erfenis uit zijn katholieke jeugd. In Immortal Bach brengt hij letterlijk een tijdloze hulde aan de grootmeester van de barok. Door de opeenvolgende akkoorden uit het Bachkoraal Komm, süsser Tod – nota bene een van de geliefde koralen van Bach – uit te rekken in verschillende notenwaarden en die door vijf koren in verschillende tempi te laten zingen, creëert hij de illusie van oneindigheid.

Toelichting door Aurélie Walschaert