Concert Polyfoon o.l.v. Lieven Deroo

Concert Polyfoon o.l.v. Lieven Deroo

15 maart 2020
16:00 - 18:00 €0.00

Brabantdamkerk

Kaart wordt geladen...

Concert Polyfoon o.l.v. Lieven Deroo



Programma ‘Agnus Dei’ (muziek voor de Goede Week) “GEANNULEERD”

Polyfoon

Polyfoon is een projectmatig ensemble van ervaren zangers, in 1999 samengebracht door artistiek leider Johan Geerts en zanger-dirigent Lieven Deroo. Van bij zijn ontstaan heeft het zijn eigen stem laten horen in het Vlaamse koorlandschap. Dat heeft het ensemble gedaan met groots opgezette concertconcepten met muziek, beeld en woord, of projecten met een bijzondere thematiek. Daarbij is er één constante: elk van de projecten is een verrassende confrontatie tussen oude en hedendaagse polyfonie. Polyfoon huldigt dus het ‘ante et nunc’ principe – van vroeger en nu. En elk van de concerten is opgebouwd rond één specifiek thema, verhaal of componist.

Daarvoor vraagt Polyfoon geregeld aan hedendaagse componisten om voor het ensemble nieuw werk te schrijven – Daan Manneke, Geert D’hollander, Willem Ceuleers, Coen Vermeeren, Alain De Ley, Bart Van Reyn, Luc De Winter en Jeroen D’hoe.

Tegenwoordig heeft Polyfoon zijn thuisbasis in Temse, en blijft het ensemble ook een vaste gast in de Sint-Norbertuskerk in Antwerpen. Maar Polyfoon concerteerde ook in iconische locaties in het buitenland: de Dom van Avignon, de kathedraal van Salamanca, het Palaçio Naçional de Queluz, de St. Albans Cathedral, Ely Cathedral, de Catedral de San Salvador (Zamora), de Igreja Nossa Senhora da Nazaré, de kerk van San Guiliano dei Fiamminghi in Rome, e.a..

Enkele hoogtepunten uit de geschiedenis van Polyfoon zijn: een concerttournee met het Vlaams Radiokoor (met het 40-stemmige Spem in Alium van Tallis), de Missa Pro Vivis van Alain De Ley, Anima Mea, een audiovisuele voorstelling over Vesalius met o.a. Michaël Pas, het project ‘L’Homme Armé’ met Warre Borgmans en Stefan Vanfleteren, samenwerkingen met Zefiro Torna, Psallentes, Octopus, K’s Choice, Ensemble Blagovest (LV), en zovele oude en hedendaagse polyfone meesterwerken, gaande van Lassus, Ockeghem en Gesualdo tot Pärt en Tavener.

Lieven Deroo

Lieven Deroo begon zijn zangcarrière als koorknaap in de Schola Cantorum Cantate Domino van zijn geboortestad Aalst. Toen hij het licentiaatsdiploma Economie op zak had, ging hij dwarsfluit studeren aan het Conservatorium te Brussel. Zanglessen kreeg hij eerst van Rita Piron; daarna ging hij zich vervolmaken bij de befaamde bas Guus Hoekman in Nederland en bij pedagoge Lucie Frateur.

Als professioneel zanger kon hij reeds vroeg aan de slag bij het koor van de Nationale Opera en sinds 1985 maakt hij deel uit van het BRTN-koor, het huidige Vlaams Radiokoor, waarmee hij jaarlijks een vijftigtal concerten verzorgt.

Als bassolist zong hij in meer dan 250 concerten in binnen- en buitenland, ook voor radio, televisie en het Festival van Vlaanderen. Zijn repertoire omvat werken uit de Renaissance tot nu. Hij heeft zich gespecialiseerd in missen, cantates, passies en oratoria uit de barokke en klassieke periode.

Als free-lance ensemblezanger was en is hij te horen bij het Nederlands Kamerkoor, La Petite Bande, Il Fondamento, Anima Eterna, Collegium Vocale Gent,  Akademia (F), Psallentes, Currende, de Cappella Pratensis (NL), Utopia, Vox Luminis en het vermaarde Huelgas Ensemble o.l.v. Paul Van Nevel  waarmee hij talrijke concerten in binnen- en buitenland zong en meewerkte  aan ca. 17 van hun cd-opnames.

Als koordirigent leidde hij gedurende jaren Het Waas Gemengd Koor uit Lokeren, het Middelburgs Kamerkoor (NL), het Vlaams Radiokoor in de Petite Messe Sollenelle van Rossini en sinds 20 jaar is hij de vaste dirigent van Polyfoon dat zich toelegt op de oude en nieuwe meesters van de a capella polyfonie.

Programma ‘Agnus Dei’ (muziek voor de Goede Week)

Het ‘Agnus Dei’ of het ‘Lam Gods’ staat in de christelijke theologie symbool voor de lijdende christus die zijn leven heeft gegeven voor de medemens en hem daardoor bevrijd van alle zonden. Door de recente restauratie van het schilderij van de gebroeders Van Eyck is het Lam in volle actualiteit, vnl. door de scherpe, doordringende ogen. ‘God ziet u’ schopt de mens als het ware terug een geweten. Vragen als: ‘doe een ander niet aan wat je zelf niet wil aangedaan worden’ en het besef dat we maar een klein stipje zijn in het heelal met een eindig bestaan dringen zich op. Even terug nederig worden en ons laten overspoelen door de mooie klanken van samenzang geproduceerd door de menselijke stem kan soelaas brengen in het mysterie van het leven!

In aanloop naar de Goede Week zingt Polyfoon voor u, naast twee zettingen van het Agnus Dei, muziek voor Witte Donderdag en Goede Vrijdag.

De lamentaties of klaagzangen (Threni, Lamentationes), die worden toegeschreven aan de profeet Jeremia, verwoorden op een ontroerende en diepmenselijke wijze het verdriet om de val van Jeruzalem en de verwoesting van de tempel door de Babyloniërs (586 voor Christus), een ramp die volgens de profeet volledig te wijten zou zijn aan het volk van Israël. Het zou een straf van God zijn voor hun zonden. Als symbool van lijden, maar ook van hoop op Gods verlossende tussenkomst worden deze teksten als lezingen (lectio’s) gebracht tijdens het triduum sacrum, de gewijde driedaagse waarop de laatste uren van Christus’ aardse leven worden herdacht: het afscheid van zijn apostelen tijdens het Laatste Avondmaal op Witte Donderdag, zijn lijden en dood op Goede Vrijdag en zijn begrafenis op Stille Zaterdag. Meer specifiek weerklinken deze klaagzangen tijdens de donkere Metten (Tenebrae), aan de vooravond of in de vroege ochtend. Zo een tenebrae-officie bestaat uit drie nocturnes, waarbij de klaagzangen van Jeremia bij de eerste nocturne horen. Elk van de drie lezingen wordt gevolgd door een responsorium. Typisch voor de klaagzangen zijn de Hebreeuwse letters die telkens een aantal Latijnse verzen inleiden. Het Hebreeuwse woord voor alfabet is אלף-בית, uit te spreken als alef-beet, en bestaat uit de eerste twee letters, de alef en de beet. In totaal zijn er 22 letters in het Hebreeuws. Elke Hebreeuwse letter heeft een naam en een eigen identiteit. De betekenis van de Hebreeuwse letters overstijgt de klank waarvoor ze staan. De letters vormen het hart van de taal en van de Hebreeuwse religie. De 22 letters van het Hebreeuwse alfabet hebben elk een symbolische betekenis. Ook heeft elke letter in het Hebreeuws een bepaalde getalswaarde. Zo heeft de eerste letter, ‘Alef’ de getalswaarde één. Alef verwijst naar de eenheid en in het bijzonder naar de eenheid van God. Deze letter staat er symbool voor dat er maar één God en Schepper is. De tweede letter ‘Bet’ heeft een getalswaarde van twee. Daardoor staat deze letter voor de dualiteit in de schepping. Met deze dualiteit worden tegenstellingen bedoeld die door God geschapen zijn, zoals dag en nacht, licht en duisternis, de wateren en de droge aarde, de zon en de maan, enz.

Willem Ceuleers (° 1962) componeerde in 2006 speciaal voor Polyfoon tienstemmige lamentaties: drie lezingen voor Witte Donderdag en drie voor Goede Vrijdag. Willem werd geboren te Watermaal-Bosvoorde en studeerde aan de conservatoria van Brussel en Antwerpen theoretische vakken, orgel, klavecimbel, zang en blokfluit. Praktische vorming kreeg hij bij, Currende het Huelgas Ensemble, La Petite Bande, Collegium Vocale, de Capilla Flamenca, de Cappella Pratensis, de Rheinische Kantorei en Josquin Capella. Naast het lesgeven en zijn concerten als zanger en organist was hij benoemd in ettelijke kerkelijke functies als organist en kapelmeester. Als componist mag Willem zich verheugen in een stijgende belangstelling voor zijn ondertussen meer dan 950 composities en kreeg hij belangrijke opdrachten van o.a. het Nederlands Kamerkoor, het Huelgas Ensemble, VRT Klara, Polyfoon, de stad Sint-Niklaas, het Egidiuskwartet, de protestantse Christusgemeente te Antwerpen, ensemble Cinquecento, de universiteit van Oregon te Eugene (USA), het Festival van Vlaanderen, de protestantse cultuurvereniging Procant, de koninklijke harmonie De Verbroedering te Wommelgem, naast vele privé-opdrachten. Een groot deel van zijn werk heeft een religieuze achtergrond. Hij bedient zich hierin van ‘oude’ stijlen. Verschillende cd-opnames van zijn koorwerken werden o.a. gerealiseerd door het Brusselse Kathedraalkoor en het Huelgas-Ensemble. Sedert 2010 maakt Ceuleers een serie cd-opnames van zijn eigen klaviercomposities. Elf volumes met orgelwerken verschenen reeds en een dubbelaar met klavecimbelwerken.

Polyfoon brengt vandaag de eerste van de drie lezingen voor deze Witte Donderdag geschreven. De componist zelf schrijft hierover:  “De lectio’s voor Witte Donderdag werden in een Franco-Vlaams polyfoon idioom uit de 16e eeuw getoonzet met het accent op imitatie. De tien stemmen treden evenwaardig op. De hoofdthematiek werd circulair opgevat (komt in alle delen terug) en werd ontleend aan de eerste tonen van het gregoriaans. De opgaande kwart uit dit thema (eerste vier noten van de aanhef ‘de lamentatione’) komt regelmatig terug en wordt doorheen de 3 lectio’s onderworpen aan tegenbeweging en aan uitbreiding (kwint, sext, septiem, deciem). Deze bouwsteen is dus een structurerend element waaromheen het andere contrapunt vrijelijk werd gedrapeerd.  De woordsymboliek werd in de muziek vrij beperkt gehouden. De expressie zit hem in de architecturale dimensie en elk deel heeft zijn eigen kleur doordat het in een verschillende toonsoort is geschreven (resp. F-lydisch, a-phrygisch en d-dorisch). De maat verloopt vrij rustig en heeft als maatteken ‘C’ wat een langzame 2 betekent. De keuze viel om symbolische reden op deze maatsoort: de tempus imperfectum. Slechts op drie plaatsen in de compositie blijkt enige hoop op Goddelijke hulp en werd overgegaan naar een driemaat, een tempus perfectum (naar de Goddelijke Drievuldigheid), genoteerd als een volmaakte ‘O’ voor ‘zeer traag’ en ‘3’, ‘een weinig vlot’.

We vermelden nog dat er vandaag 5 verzen (de eerste lectio) worden gezongen, telkens ingeleid door de volgende Hebreeuwse letter uit het alfabet. De lectio eindigt tenslotte met de aanroeping van Jeruzalem om zich te bekeren tot de Heer, haar God.

We openen het concert met het Agnus Dei van Josquin Desprez (ca. 1450 – 1521). Josquin is één van de weinige componisten die twee missae ‘L’homme armé’ schreven. Zijn Missa ‘L’homme armé sexti toni’, waaruit we vandaag het Agnus Dei horen, is de oudste. Sexti toni verwijst naar de zesde kerkmodus waarin het stuk geschreven is. Het is een zogenaamde parafrasemis, waarbij een cantus firmus (in dit geval de profane melodie ‘L’homme armé’) regelmatig omspeeld of geparafraseerd wordt. In tegenstelling tot zijn tijdgenoten, die doorgaans drie- en vierstemmige composities schreven, waagt Josquin zich aan een zesstemmig polyfoon web. Het driedelige Agnus vangt aan met een vierstemmig deel, gevolgd door een driestemmige sectie. Het derde Agnus zet Josquin plotseling zesstemmig, en tevens verrast hij ons met een dubbele canon op een afstand van slechts één tel. Zowel de twee bovenstemmen als de twee middenpartijen spelen doorheen het derde deel een kat en muisspel, terwijl de twee laagste stemmen in lange uitgerekte noten de ‘L’homme armé’ melodie zingen.

Het tweede werk is van de hand van Thomas Tallis (ca.1505-1585). Ingezworen als ‘Gentleman of the Chapel Royal’ in 1543 diende hij niet minder dan vier opeenvolgende koningen als organist en componist, en werd zo één van de meest gerespecteerde musici van zijn tijd. Altijd de controverse vermijdend, voegde hij zich als onopvallende maar zeer getalenteerde vakman met succes naar de heersende stijl. Hij wordt niet voor niets ook wel de vader van de Engelse kerkmuziek genoemd. Zijn veertigstemmig motet Spem in alium en zijn lamentaties horen bij de ‘highlights’ van de renaissancemuziek. Als bekroning van zijn lange carrière verleende Elisabeth I hem, samen met zijn jonge collega William Byrd, in 1575 het monopolie op de muziekdruk in Engeland, een privilege dat beide musici direct te gelde maakten door de publicatie van de Cantiones sacrae, een gezamenlijke bundel met 34 Latijnse motetten opgedragen aan de koningin zelf. We brengen op dit concert een kernachtig en etherische Latijnse hymne uit deze bundel: Salvator mundi, die de eigenschappen bevat van de typisch Engelse ‘sound’ van componeren.

Dan is het de beurt aan de eerste lectio (5 verzen) uit de Lamentaties van Willem Ceuleers. Na deze eerste lectio volgt het erbij horende responsorium In monte Oliveti van Temsenaar Geert D’hollander (°1965). De componist, broer van één van de leden van Polyfoon, Hilde, studeerde te Antwerpen piano, koordirectie, fuga en compositie en behaalde in 1982 zijn diploma aan de Koninklijke Beiaardschool te Mechelen met grote onderscheiding. Hij won meer dan dertig internationale wedstrijden en ontving de Grand Prix Européen de Composition Chorale in Tours (F) en de Visser Neerlandia Prijs (NL). In 1997 werd hij beiaardier aan de Universiteit van Berkeley (USA) waar hij in 2008 ook de Berkeley Medal ontving, de hoogste onderscheiding voor ‘Distinguished Service to the Carillon’. Tot 2012 was Geert docent aan de Beiaardschool Jef Denyn en stadsbeiaardier van Antwerpen, Gent en Lier. In hetzelfde jaar werd hij benoemd tot voltijds beiaardier van Bok Tower Gardens in Florida (USA) en stadsbeiaardier van Middelburg (NL). Verder geeft hij wereldwijd masterclasses en concerten.

Het gebrachte responsorium is getoonzet voor vijf mannenstemmen en verklankt met klagende toon de smeekbede van Christus aan Zijn Vader om Zijn lot vooralsnog te mogen ontlopen. Daarnaast richt Hij zich tot de apostelen om te waken, te bidden en sterk te zijn in Zijn laatste uren. Deze tekst wordt door de eerste tenoren gezongen, de andere stemmen zingen in een voortdurende herhaling de woorden van de hymne van Sint-Ambrosius (340 – 397), gebaseerd op de drievoudige ontkenning van Petrus: ‘Jezus, zie hoe zwak we zijn, maak ons door Uw blik weer rein’!

Rond 1630 componeerde Gregorio Allegri (1562 – 1652) het alombekende Miserere in opdracht van Paus Urbanus VIII. Het stuk, boetepsalm 51, werd elk jaar tijdens de Goede Week uitgevoerd in de Sixtijnse Kapel. Het Vaticaan had het kopiëren van haar composities streng verboden op straffe van excommunicatie. Slechts drie kopieën van het Miserere werden toegestaan en deze werden aan Keizer Leopold I, aan Padre Martini en aan het Koningshuis van Portugal geschonken. Meerdere componisten probeerden de tekst en melodie uit te schrijven of te stelen, maar dit lukte niet, totdat in 1770 de toen veertienjarige Wolfgang Amadeus Mozart Rome bezocht en de metten van Schortelwoensdag (d.i. is de woensdag voor Pasen waarop het klokgelui wordt opgeschort naar Stille Zaterdag. Men denkt dat Judas op deze dag de eerste stap zette voor het verraden van Jezus) en Goede Vrijdag bijwoonde. Hij bleek wel in staat om de tekst en compositie achteraf uit te schrijven en begon het stuk zelf in Wenen op te voeren. Drie maanden later werd hij door Paus Clemens XIV naar Rome geroepen. De Paus complimenteerde hem met deze prestatie en van excommunicatie was dan ook geen sprake. In plaats daarvan kreeg Mozart de Orde van de Gulden Spoor.

Het werk is sterk in zijn eenvoud, en vooral legendarisch, omdat het beroep doet op een coloratuursopraan die tot 5 x toe de hoge C zingt (vandaag met dank aan Halina en Katelijne)! De verzen zijn repetitief en worden afwisselend gezongen door een koor van vier en een groep van vijf gemengde stemmen, telkens onderbroken door een eenstemmig gregoriaans vers. De ene groep zingt steeds een deel van de psalm, de andere groep vult dit aan met een door Allegri geschreven tekst. Een langzaam en achtstemmig slotvers besluit dit werk.

Antonio Lotti (1667 – 1740) was een zoon van Matteo Lotti, kapelmeester aan het hof te Hannover. Hij studeerde bij Legrenzi in Venetië en in 1687 maakte hij deel uit van het koor van San Marco.

Na omzwervingen naar o.a. Dresden kwam hij in 1719 terug naar Venetië, om daar voorgoed te blijven. Vanaf dan schreef Lotti enkel nog religieuze muziek. Hij was ook een zeer goed pedagoog. Onder zijn leerlingen treffen we o.a. Marcello, Bassani en Galuppi aan. Hij werd achtereenvolgens plaatsvervangend, tweede en eerste organist in San Marco, en in 1736 werd hij er tenslotte kapelmeester.

Zoals enkele van Lotti’s illustere voorgangers in San Marco, Gabrielli, Monteverdi en Cavalli, zoekt hij dikwijls zijn inspiratie in de a capella muziek uit de renaissance. In het wondermooie achtstemmige Crucifixus hoort u ongetwijfeld elementen uit de 16de-eeuwse muziek van o.a. Palestrina en Da Vittoria. Hij gebruikt voor deze monumentale muziek echter een harmonisch palet uit zijn eigen tijd. Deze wondere combinatie van verfijning uit de renaissance en innerlijke kracht uit de barok zorgt ervoor dat bij een eerste beluistering van het werk een duidelijke tijdsplaatsing moeilijk wordt.

Carlo Gesualdo (1561 – 1613) gaat door als een vermaard componist, niet alleen omdat hij de moordenaar is van zijn vrouw en haar minnaar, maar ook omdat hij muziek schreef die qua stijl revolutionair was in zijn tijd. De aangewende chromatiek, dissonantie en ritmiek is wel steeds ingegeven door de dramatiek in de teksten. Gesualdo componeerde de 27 responsen (9 per dag van het Triduum Sacrum) op het einde van zijn leven (1611) en beschouwde ze zelf als zijn opus ultimum. U hoort het vijfde responsorium voor de metten van Goede Vrijdag Tenebrae factae sunt . Dit indringende zesstemmige motet evoceert de laatste woorden en de doodstrijd van Christus aan het kruis.

Samen met zijn leraar Kodály legde Lajos Bárdos (1899 – 1986) de fundamenten van het 20ste-eeuwse koorleven in Hongarije. Bijna 40 jaar leidde hij dirigenten op aan het conservatorium van Budapest, schreef hij vnl. koorwerken, dirigeerde hij diverse koren en was hij mede-uitgever van een maandelijks koorblad. Eigen aan de liturgie voor Goede Vrijdag zijn tevens de ‘Improperia’ (verwijten) of Beklag Gods. Het motet Popule meus wordt gezongen als aanbidding van het Kruis op Goede Vrijdag en is uitermate expressief getoonzet. Christus richt zich in het eerste deel onbegrijpend en indringend tot Zijn volk en vraagt waarin Hij hen bedroefd heeft dat zij een kruis voor hun Verlosser hebben bereid. In het tweede deel smeekt het volk om vergiffenis met afwisselend de Griekse en de Latijnse aanroepingen aan de Heilige, Sterke en Onsterfelijke God (het zgn. Trisagion).

We eindigen het concert met werk van Samuel Barber (1910 – 1981), die een instrumentaal werk omzette tot een koorcompositie met weerklank! Hij zette de tekst van het Agnus Dei op de noten van zijn strijkkwartet ‘Adagio for strings’, opus 11 uit 1936. De muziek wordt gedomineerd door een melodie, voor het eerst gepresenteerd door de sopraanpartij, die begint op een lange toon en dan golvend in hetzelfde ritme en diatonische stappen voortschrijdt, een melisme (een zgn. notentros) van twee maten op de woorden ‘Agnus Dei’ dat daarna ook terugkomt in de andere stemmen. Onder de melodie ontwikkelt zich een akkoordenspel van traag voortschrijdende klanken, geschraagd door heel lage bassen. Het stuk wordt terecht als een meesterwerk van inkeer en spiritualiteit beschouwd.

Reserveer uw tickets

Er kunnen geen reserveringen meer worden geplaatst voor dit evenement.