Concert: Dulcisona o.l.v. Marian Steyaert

11 november 2007
11:00 €0.00

Onze-Lieve-Vrouwekapel van het Elzenveld

Kaart wordt geladen...

Concert: Dulcisona o.l.v. Marian Steyaert



Dulcisona ontstond uit een initiatief van enkele leraren en vrienden van het toenmalige Sint-Jan Berchmanscollege in Sint-Amandsberg. Onder de vleugels vanMarian Steyaert ontplooide deze groep enthousiaste koorzangers zich al snel tot een volwaardig gemengd koor dat in 1984 “DULCISONA” werd genoemd. Geprikkeld door het enthousiasme van de dirigent en gesteund door haar gedrevenheid groeide Dulcisona verder tot wat het vandaag met trots mag genoemd worden: een koor van “ere-niveau”.

In de beginjaren luisterde Dulcisona vooral missen, academische zittingen en proclamaties op. Hoewel het koor hier vandaag nog regelmatig voor gevraagd wordt, engageert Dulcisona zich nu voornamelijk voor concerten, zowel a capella als met orkest. Deze uitvoeringen bleven niet zonder gehoor. Gaandeweg werd een uitgebreid repertoire opgebouwd van renaissance- tot twintigste eeuwse koormuziek waaronder: het Weihnachtsoratorium van Bach, motetten en cantates van de Bach-familie, romantische koorliteratuur van BrahmsMendelssohn enVlaamse componisten, het Gloria van Vivaldi, de Missa Sancti Nicolai van Haydn, het Te deum van Charpentier en motetten van Poulenc.

Daarnaast werkte Dulcisona aan heel wat grotere producties mee. Dit was een uitgelezen kans om met orkesten als I Fiamminghi en het Filharmonisch Orkest van Vlaanderen en met dirigenten als Rudolf WerthenGrant Llewellyn en Chikara Imawurasamen te werken. Op het programma stonden onder meer operafragmenten vanWagner en Verdi, het Inferno van Rosseau, de Negende symfonie van Beethoven, deRubenscantate van Benoit, de Carmina burana van Orff en het Requiem van Fauré.

In 2003 promoveerde Dulcisona bij de provinciale koorzangtoernooien naar ere-afdeling. In 2004 werd het 20-jarig bestaan van het koor met stijl gevierd. Het jubelconcert met als hoogtepunt de vertolking van het motet In Exitu Israël vanJean-Joseph Cassanea de Mondonville werd door het talrijk opgekomen publiek op lof onthaald. In februari 2007 werd het koor tijdens de provinciale koorzangtoernooien in Gent opnieuw in ere-afdeling geklasseerd.

Op 16 december is het koor te gast in de Sint-Pauluskerk in Antwerpen waar het zijn medewerking verleent aan de integrale uitvoering van BachsWeihnachtsoratorium.

De dirigent – Marian Steyaert

Marian Steyaert begon haar muzikale opleiding in 1975 aan de Stedelijke Muziekacademie van Eeklo. In 1979 behaalde zij er zowel het einddiploma als de regeringsmedaille. Zij werd in 1979 ook laureaat van de Wedstrijd “Axion Classics”van Dexia Bank.

Gebeten door een muzikale passie, zette zij haar studie verder aan het Koninklijke Muziekconservatorium in Gent. Tussen 1979 en 1987 behaalde ze er een “Eerste Prijs” voor notenleer, piano, harmonie, muziekgeschiedenis, praktische harmonie en koordirectie.

Van 1988 tot 1990 was zij assistente koordirectie en koorzang bij Michaël Scheckaan het muziekconservatorium in Gent.

Momenteel werkt zij als lerares piano aan de Rijksmuziekacademie van Gent. Zij geeft eveneens pianoles aan de Stedelijke Muziekacademie van Eeklo.

Sterk geboeid door het koorleven, nam ze als koorzanger deel aan heel wat producties in binnen- en buitenland. Hoewel zij ook optreedt als gelegenheidsdirigent, is zij onafscheidelijk verbonden met Dulcisona, dat zij sinds het ontstaan ervan dirigeert.

PROGRAMMA

Canticum canticorum I
Ivan Moody [°1964]

  • Surge propera amica mea
  • Descendi in hortum meum
  • Ego dilecto

Magnificat Octavi Toni
Orlandus Lassus [1532-1594]

Uit “Psalmen David”
Cyrillus Kreek [1889-1962]

  • Onnis on inimene – Allegro moderato
  • Taaveti Laul – Moderato

Magnificat
Johann Ludwig Krebs [1713-1780]

O Nata Lux
Morten Lauridsen [°1943]

Magnificat
Arvo Pärt [°1935]

Totus tuus
Henryk Górecki [°1933]

 

TOELICHTING
Ines Keyngaert

“MAGNIFICAT”
Jubel en Lof

Canticum canticorum I
Ivan Moody [°1964, Londen]

  • Surge propera amica mea
  • Descendi in hortum meum
  • Ego dilecto

De muziek van Ivan Moody wordt sterk beïnvloed door oosterse religieuze gezangen en door de spiritualiteit van de orthodoxe kerk.  Bij het beluisteren ervan zal het tevens niet verbazen dat hij onder andere studeerde bij John Tavener.
Moody schreef de “Canticum Canticorum I” in 1985 en het Hilliard Ensemble voerde het werk voor het eerst uit in maart 1987.  Het bestaat uit drie korte Latijnse teksten uit het “Lied der Liederen”, ook gekend als het “Hooglied”.
De voortdurende herhaling van dezelfde noot in grote stukken van de baslijn doet denken aan de Byzantijnse liturgie, maar toch, zo valt te lezen in een interview met de componist, liet Moody zich voornamelijk leiden door de beeldende kracht die spreekt uit de poëtische teksten:

Though the Byzantine world is suggested by the drones (…) no actual chant is quoted, all three being free responses to the imagery of the poems.
(Ivan Moody, Estoril, januari 1998)

Canticum Canticorum I
Hooglied

Hoofdstuk 2

 

11

Surge propera amica mea,
formosa mea et veni.
Iam hiems transiit,
imber abiit et recessit.
[Bruidegom]
Sta op, mijn liefste, kom toch, mijn schoonste.
Kijk maar, de winter is heen, de regentijd voorgoed voorbij,
12 Flores apparuerunt in terra,
tempus putationis advenit;
vox turturis audita est in terra nostra;
Op het veld staan weer bloemen; de tijd om te zingen breekt aan; de roep van de tortel klinkt over het land.
13 ficus protulit grossos suos; vine florentes, dederunt odorem suum.
[Alleluia]
De vijgeboom draagt zijn eerste vruchten al, en wat ruikt de bloeiende wijnstok heerlijk!

 

Hoofdstuk 6

 


11
Descendi in hortum meum
ut viderem poma convallium
et inspicerem si floruisset vinea
et germinassent mala punica.
[Bruidegom]
Ik ging naar de notentuin om te kijken naar de bloesem in het dal, om t zien of de wijnstok al uitbotte en de granaten al bloeiden.

 

Hoofdstuk 7

 


1
Revertere Sunamitis,
revertere ut intueamur te.
[Alleluia]
[Koor]
Terug, kom terug, Sulammitische!
Terug, kom terug, wij willen u zien!

 

 


11
Ego dilecto meo
et ad me conversio eius,
[Bruid]
Ik ben van mijn lief, naar mij gaat zijn verlangen uit.
12 veni dilecte mi,
egrediamur in agrum,
commoremur in villis;
Kom, mijn lief, laten wij naar buiten gaan, laten we overnachten in de dorpen.
13 mane surgamus ad vineas,
videamus si floruit vinea.
Dan trekken we ’s morgens vroeg de wijngaarden in om te zien of de wijnstok al uitbot.

 

[Willibrord vertaling]

Magnificat Octavi Toni [1581]
Orlandus Lassus

Het Magnificat is de lofzang die Maria uitsprak toe ze vernam dat ze de moeder van Jezus zou worden [Lc 1, 46-55]. Het telt tien verzen en wordt meestal afgesloten met de lofspreuk “Gloria Patri, et…” (de kleine doxologie) als slotformule. Als vast deel in de vesperdienst, is het één van de meest getoonzette liturgische teksten.


Magnificat
Lucas 1, 46-55

 

46 Magnificat anima mea Dominum. [En Maria sprak:]
Mijn ziel verheerlijkt de Heer.
47 Et exsultavit spiritus meus in Deo salutari meo. Van vreugde jubelt mijn ziel om God, mijn Redder.
48 Quia respexit humilitatem ancillae suae:
ecce enim ex hoc beatam me dicent omnes generationes.
Want welwillend ziet Hij neer op de nederigheid van Zijn dienstmaagd: Zie, van nu af aan zullen alle geslachten mij zalig prijzen.
49 Quia fecit mihi magna qui potens est: et sanctum nomen eius. Omdat Hij die machtig is wonderen voor mij deed: Zijn naam is heilig!
50 Et misericordia ejus a progenie in progenies timentibus eum. Zijn barmhartigheid reikt van geslacht tot geslacht voor al wie Hem vreest.
51 Fecit potentiam in brachio suo: dispersit superbos mente cordis sui. Hij toont de kracht van Zijn arm: de hoogmoedigen van geest slaat Hij uiteen.
52 Deposuit potentes de sede, et exaltavit humiles. Heersers ontneemt Hij hun troon, maar de nederigen verheft Hij.
53 Esurientes implevit bonis: et divites dimisit inanes. Behoeftigen overlaadt Hij met gaven en rijken zendt Hij met lege handen heen.
54 Suscepit Israel puerum suum, recordatus misericordiae suae. Hij heeft zich over Zijn dienaar Israël ontfermd, Zijn barm­hartig­heid indachtig.
55 Sicut locutus est ad patres nostros, Abraham et semini ejus in saecula. Zoals Hij gezegd had aan onze vaderen, Abraham en zijn nageslacht voor eeuwig.
  Gloria Patri, et Filio, et Spiritui Sancto. Eer aan de Vader, de Zoon en de Heilige Geest.
  Sicut erat in principio, et nunc et semper, et in saecula saeculorum. Zoals het was in den beginne, nu en altijd en in de eeuwen der eeuwen.
  Amen Amen

 

Met Orlandus Lassus (°Mons, ca 1532 – †1594) komt het Magnificat in de renaissance niet alleen in aantal – 102 overgeleverde werken! – maar ook in kwaliteit tot een hoogtepunt.

In deze periode heeft het Magnificat nog een specifiek liturgische functie. Dit komt onder meer tot uiting in de vorm van dit werk: de opeenvolgende verzen worden responsoriaal (in beurtzang), afwisselend gregoriaans en polyfoon gebracht.

Het toonmateriaal is eerder beperkt en blijft bij elk vers ongeveer hetzelfde. Ook de betekenis van de tekst wordt globaal weergegeven in de expressie van de muziek.

U hoort een steeds terugkerende melodie, een cantus-firmus, in de bovenstem. Deze wordt in een vrij eenvoudige, dikwijls bijna homofone zetting ondersteund door de onderstemmen. Soms maakt een licht improvisatorische middenstem zich hiervan los en volgen, meestal in de tweede helft van het vers, andere stemmen in imitatie. Zowel het begin- als het slotvers omkaderen het geheel in een meer contrapuntische toonzetting.

De globale betekenis van de tekst per vers wordt weergegeven in de expressie van de muziek

Luister hoe Lassus met deze eenvoud van middelen tot een compositie komt die overzichtelijk is van vorm, beheerst is in uitdrukking en baadt in een welluidende klankrijkdom.

Uit “Psalmen David”
Cyrillus Kreek

De Est Cyrillus Kreek (1889 – 1962) komt uit een familie van leraren. Aan het conservatorium van St. Petersburg studeerde hij van 1908 tot 1916 trombone en compositie. Kreek hield zich bezig met het monnikenwerk om Estse religieuze volksliederen te verzamelen, in te delen en vast te leggen. De eerste liederen werden in 1914 door Kreek opgeschreven. Hij zou uiteindelijk zo”n 6000 liederen verzamelen en voor velen een meerstemmige compositie schrijven. Het grootste deel van het werk van Kreek – koormuziek – is gebaseerd of afgeleid van volksmuziek.

Õnnis on inimene

Psalm 1
De man die gekozen heeft

 

1 Õnnis on inimene,
Kes ei käi õelate nõu järele.Halleluuja!
Gelukkig de man die niet treedt
in het overleg van de bozen;
6 Sest Issand tunneb õigete teed,
Aga õelate tee läheb hukka.
Want de Heer kent de weg der rechtvaardigen, doch het pad van de bozen breekt af.

 

Psalm 2
De koning van godswege

 

11 Teenige Issandat kartusega
Ja olge rõõmsad värisemisega.
Dient de Heer met ontzag,
betoont uw vreugd met vervaren,
12 Väga õndsad on kõik,
kes Tema juurde kipuvad.
Gelukkig te prijzen dan allen
die toevlucht vinden bij Hem!

 

Psalm 3
Niet bevreesd
een psalm van David.
Toen hij moest vluchten voor zijn zoon Absalom

 

8 Tõuse üles, Issand, päästa mind, mu Jumal. Verrijs, Heer – mijn God, red mij uit!

 

[Willibrord vertaling]

 

Au olgu Isale, Pojale ja Pühale Vaimule, Nüüd ja igavest. Amen. Glorie aan de Vader en de Zoon en de Heilige Geest, nu en tot in eeuwigheid. Amen

 

 Taaveti Laul

Psalm 104
De zichtbare wereld

 

1 Kiida, mu hing, Issandat!
Kiidetud oled Sina
Issand, mu Jumal, Sa oled suur Kiidetud oled Sina!
Loof, mijn ziel, de Heer!
Heer, mijn God, hoe ontzaglijk zijt Gij, met glans en luister bekleed.
24 Kui suured on Sinu teod, Issand!
Sa oled kõik targasti teinud.
Ongeteld zijn uw werken, o Heer,
Gij schiep ze allen met wijsheid.
31 Au olgu Sulle, Issand, kes Sa kõik oled teinud! Eeuwig zij de roem van de Heer, dat de Heer zich vermeie in zijn werken!

 

[Willibrord vertaling]

 

Au olgu Isale, Pojale, Pühale Vaimule au, nüüd ja igavest. Amen. Glorie aan de Vader en de Zoon en de Heilige Geest, nu en tot in eeuwigheid. Amen

 

Magnificat
Johann Ludwig Krebs

Met Johann Ludwig Krebs (°Buttestadt, Weimar, 1713 – †Altenburg 1780) belanden we in de barok.

Het Magnificat staat nu niet meer in functie van de liturgie maar wordt een autonome compositie.

Verder is het ook volledig polyfoon bewerkt. De compositie wordt opgesplitst in verschillende delen die in dit Magnificat met de verzen overeenstemmen. Door het toenemende belang aan tekstuele interpretatie vertoont de muziek een sterk beeldende kracht.

Bovendien leent de tekst van het Magnificat er zich uitstekend toe om zowel affectieve als puur illustratieve woordschilderingen te creëren.

Krebs illustreert dit in een concerterende en virtuoze stijl. De bewondering die Krebs’ leermeester J. S. Bach voor hem wegdroeg – hij noemde hem “de enige rivierkreeft (Krebs) in mijn stroom (Bach)” – zal u bij het aanhoren van dit Magnificat gemakkelijk begrijpen.

Magnificat

Vers 1

Meine Seele erhebt den Herren, und mein Geist freuet sich Gottes, meines Heilandes.

Vers 2

Denn er hat die Niedrigkeit seiner Magd angesehen. Siehe, von nun an werden mich selig preisen alle Kindes kind.

Vers 3

Denn er hat grosse Ding an mir getan, der da mächtig ist und des Name heilig ist

Vers 4

Und seine Barmherzigkeit währet immer für und für bei denen die Ihn fürchten.

Vers 5

Er hat Gewalt geübet mit seinen Arm und zerstreuet die hoffärtig sind in ihres Herzens Sinn.

Vers 6

Er hat die Gewaltigen vom Stuhl gestossen und die Niedrigen erhoben.

Vers 7

Die Hungrigen hat er mit Gütern erfüllet und die Reichen leer gelassen.

Vers 8

Er hat der Barmherzigkeit gedacht und seinem Diener Israël aufgeholfen.

Vers 9

Wie er geredt hat unsern Vätern, Abraham und seinem Samen ewiglich.

Ehre sei Gott, dem Vater, Sohn und heiligem Geist.

Wie es war im Anfang und bleibet bis in Ewigkeit.

Amen.

O Nata Lux
Morten Johannes Lauridsen

O Nata Lux is het derde deel uit “Lux Aeterna” – eeuwig licht, bemoedigende teksten bij het levenseinde die de Amerikaanse componist Morten Lauridsen componeerde als een soort Requiem, maar dan zonder de loodzware teksten over het eindgericht, de Dies irae, de dag van de wraak.

Lauridsen heeft zoals hij zelf zegt eerst de noten innerlijk gehoord en er lang op gebroed. Daarom is het een heel persoonlijk stuk geworden, dat niet in een bepaald hokje is te plaatsen. Wel heeft hij goed geluisterd naar het gregoriaans en naar renaissancemuziek.

Lauridsen zegt over het componeren: “ik ben constant de zanglijnen voor mezelf aan het zingen als ik aan het componeren ben, om er zeker van te zijn dat ieder onderdeel lyrisch genoeg is en een feest voor de zangers”. De motivatie om het notenbeeld dat in zijn innerlijk zong op te schrijven werd erg gestimuleerd door het overlijden van zijn Zweedse moeder. Die gunde hij zo graag een plek in het licht. Daarom koos hij als derde deel van Lux Aeterna een hymne: O Nata Lux

Lauridsen is een meester in het creatief gebruiken van bescheiden muzikale middelen. Eigenlijk cirkelen de harmonieën telkens om dezelfde kern, maar worden ze door kleine verschillen steeds iets anders ingekleurd.


 O Nata Lux

 

 1 O nata lux de lumine,
Jesu redemptor saeculi,
Dignare Clemens supplicum
Laudes precesque sumere.
O licht geboren uit licht,
Jezus, verlosser uit de tijd,
hoor de dank- en smeekbeden.
2 Qui carne quondam contegi
Dignatus es pro perditis
Nos membra confer effici
Tui beati corporis
U die om ons uit het donker te bevrijden mens bent geworden,
geef dat we deel mogen uitmaken
van uw verlicht lichaam.

 

Magnificat [1989]
Arvo Pärt

Het Magnificat spreekt vanaf de romantiek nog weinig componisten tot de verbeelding. Het is pas in de twintigste eeuw dat deze lofzang nieuw leven wordt ingeblazen. Arvo Pärt (°Paide, Estland, 1935) doet dit op een erg begeesterde en bijna hypnotiserende manier.

Aanvankelijk componeert Pärt atonaal en serieel. Geïnspireerd door het gregoriaans en door de contemplatieve stilte boort hij vanaf 1976 een radicaal nieuwe stijl aan die hij zelf als volgt omschrijft:

“I have discovered that it is enough when a single note is beautifully played. This one note, or a silent beat, or a moment of silence, comforts me. I work with very few elements – with one voice, with two voices. I build with primitive materials – with the triad, with one specific tonality. The three notes of a triad are like bells. And that is why I call it “tintinnabulation”.

“Tintinnabulation is an area I sometimes wander into when I am searching for answers. The complex and many-faceted only confuses me, and I must search for unity. What is it, this one thing, and how do I find my way to it? Traces of this perfect thing appear in many guises – and everything that is unimportant falls away. Time and timelessness are connected. This instant and eternity are struggling within us. And this is the cause of all of our contradictions, our obstinacy, our narrow-mindedness, our faith and our grief.[1]

 “Ik heb ontdekt dat het voldoende is dat één enkele noot mooi gespeeld wordt. Deze ene noot, een rust of een moment van stilte troost me. Ik werk met heel weinig elementen – met één stem, met twee stemmen. Ik componeer met eenvoudige middelen – met een drieklank, met één specifieke toonaard. De drie tonen van een drieklank klinken als klokjes. Ik noem het dan ook “tintinnabulatie”.

“Tintinnabulatie is een terrein waar ik soms ronddwaal wanneer ik naar antwoorden zoek. Het complexe en veelzijdige brengt mij enkel in de war, daarom zoek ik naar eenheid. Wat is het, dat ene ding, en hoe kan ik het ontdekken? Sporen van dit perfecte iets komen in vele vormen voor – en alles wat onbelangrijk is valt erbij weg. Tijd en “tijdloosheid” zijn met elkaar verbonden. Dit ogenblik en de eeuwigheid worstelen voortdurend in ons binnenste. Dat is de oorzaak van alle tegenspraak, van onze halsstarrigheid, onze enggeestigheid, ons geloof en ons verdriet.”

Het Magnificat (1989) is een schitterend voorbeeld van deze stijl.

Totus tuus
Henryk Górecki [°1933, Silesia, Polen ]

Henryk Górecki is al ruim meer dan 45 jaar actief als componist.  Het was echter maar met zijn derde symfonie, de “Symfonie der Klaagliederen”, dat hij begin de jaren 80 wereldwijd doorbrak.

De Kerk en de Poolse muziek oefenen grote invloed uit op zijn leven en op zijn werk.  Zijn muzikale taal is origineel en onconventioneel.  Hij gebruikt vaak zeer eenvoudig materiaal en laat zich inspireren door uiteenlopende bronnen gaande van folklore tot religieuze muziek.

“Totus Tuus” werd gecomponeerd in 1987 ter gelegenheid van het derde bezoek van paus Johannes-Paulus II aan Polen.
De hymne is opgedragen aan de Maagd Maria en de tekst komt uit een gedicht van Maria Boguslawska.  De muziek is gebaseerd op gezangen uit de Poolse Katholieke Kerk en weerspiegelt Górecki’s liefde voor zijn land en de muzikale tradities ervan.  De eenvoudige aanroepingen van Maria worden telkens herhaald en bouwen op die manier een indrukwekkende muzikale geloofsbelijdenis op.

Totus tuus

Totus Tuus sum, Maria, mater nostri Redemptoris,
Virgo Dei, Virgo pia, mater mundi Salvatoris.

Ik ben geheel de uwe, Maria, Moeder van onze Verlosser,
Maagd van God, heilige Maagd, Moeder van de Redder van de Wereld.

Koorlink 11-11

Reserveer uw tickets